Bladwijzer en Print

  Bladwijzer deze Site
  Bladwijzer deze Pagina
  Print deze Pagina
  Deel deze pagina
Antwoord op 66 vragen van Sjoa-ontkenners
51. Wat rapporteerde het Internationale Rode Kruis over de “Holocaust”-kwestie?

Het IHR zegt:
Een verslag van het bezoek van een IRC-gedelegeerde aan Auschwitz in september 1944 merkte op dat de gevangenen pakjes mochten ontvangen en dat geruchten over gaskamers niet geverifieerd konden worden.

Nizkor antwoordt:

Geruchten over gaskamers konden niet worden geverifieerd omdat het de gedelegeerden expliciet verboden was de Auschwitz Krema te bezoeken, waar de gaskamers en crematoria waren. Zij werden alleen naar die delen van het enorme complex gebracht waarin gevangenen waren ondergebracht die niet vernietigd moestenworden. Er zaten in Auschwitz ook geallieerde krijgsgevangen, onder redelijke omstandigheden, maar zij wisten van de vergassingen en vertelden erover aan de IRC-afgevaardigde.

De voormalige SS-Untersturmfuehrer Dr Hans Münch bijvoorbeeld bevestigde dit in zijn getuigenis voor het Internationale Neurenberger Proces (Trial of the Major War Criminals, 1948, Vol. VIII, p. 313-321). Hij zei:

Ik zag verschillende malen rondleidingen van burgers en ook van commissies van het Rode Kruis en andere instanties door het kamp, en ik kon vaststellen dat de kampleiding er meesterlijk in slaagde die rondleidingen zo te arrangeren dat de mensen die werden rondgeleid niets zagen van onmenselijke behandelingen. Alleen het hoofdkamp werd getoond en in dit hoofdkamp waren er zogenoemde showblokken, vooral blok 13, die speciaal waren voorbereid op rondleidingen en die waren uitgerust zoals een normale soldatenbarak met bedden met lakens, en goed functionerende wasruimtes.

Het is ironisch dat dit beleid om vernietingingsgerelateerde voorzieningen niet te tonen ook wordt bevestigd door het IHR zelf, hoewel onbewust. In het "Lüftl Rapport” noemt de zogenaamde expert Walter Lüftl een memo aan de commandanten van de concentratiekampen. Volgens Lüftl staat daarin:

Het bordeel en de crematoria mogen niet worden getoond bij bezoeken aan het kamp. Over deze installaties mag niet worden gesproken met personen die het kamp bezoeken....

Lüftl geeft hierop het volgende commentaar:

Blijkbaar kon dus al het andere worden getoond en verteld aan bezoekers. Logischerwijs kon dan een gaskamer, als die bestond, worden getoond en genoemd; anders zou die in het verbod zijn opgenomen.
Omdat wij niet kunnen aannemen dat de SS ooit een [moord-]gaskamer heeft getoond aan de inspecteurs van het Internationale Rode Kruis, mogen we concluderen dat er geen bestond.

Lüftl, die opgevoerd wordt als expert, weet niet eens dat de term “crematoria” verwijst naar de crematiecomplexen, waarin niet alleen de ovens maar ook de gaskamers waren ondergebracht.

Onbewust heeft hij bewijsmateriaal aangevoerd tegen zijn eigen zaak – want waarom zouden de crematoriumcomplexen verborgen moeten worden gehouden voor het Roden Kruis tenzij daar iets gebeurde dat het Rode Kruis niet mocht zien?
Het "Lüftl Rapport” is online beschikbaar als tekstdocument op Nizkor, of als internetpagina op (ontkenner) Greg Ravens website. Zoek op de woorden “Rode Kruis”.