| 26. Is er enig bewijs dat Hitler bevel gaf tot een massa-executie van Joden? |
|
Het IHR zegt: Nee. Nizkor antwoordt: Natuurlijk is dat er wel. Himmler, Eichmann, Höss en anderen hebben gezegd dat het bevel voor de genocide rechtstreeks van Hitler kwam. Bedenk dat Hitler in december 1942 een rapport ontving van Himmler, waarin stond dat er tussen augustus en november 1942 363.211 Joden waren vermoord. Dit was slechts een van de vele rapporten van de Einsatzgruppen, die de taak hadden de Joden en anti-nazi’s uit te roeien achter de oostelijke frontlinie. Een foto en de tekst van dit rapport zijn beschikbaar. Of overweeg een telefoon-memo van Hitler aan Himmler, waarin Hitler beval een bepaalde treinlading Joden “niet te liquideren”, omdat zij verdenkingen hadden tegen een van de passagiers en die wilden verhoren. Als Hitler niets wist van het liquidatieproces, hoe kon hij dan bevel geven het in dit ene geval tegen te houden? (Ironisch genoeg gebruikte David Irving een deel van dit telefoon-memo, uit contekst gerukt, om aan te geven dat Hitler probeerde het uitroeiingsprogramma op te laten houden. Dit was natuurlijk voordat dhr Irving van gedachten veranderde en besloot dat er nooit een uitroeingsprogramma is geweest, laat staan dat Hitler daarvan wist.) Uit de memoires van Höss (Höss, Commandant of Auschwitz, 1959, p. 205): In de zomer van 1941, de precieze datum kan ik mij niet herinneren, werd ik plotseling bij de Reichsfuhrer-SS [Himmler] ontboden, rechtstreeks door het kantoor van diens adjudant. In tegenstelling tot wat hij gewoon was te doen, ontving Himmler mij zonder zijn adjudant en hij zei: Eichmann verklaarde het volgende in zijn laatste toespraak tot het Hof, nadat hij ter dood was veroordeeld: Deze massamoorden zijn uitsluitend het resultaat van het beleid van de Führer. Dit citaat is ontleend aan het verslag van de van de revisionist Paul Rassinier in The Real Eichmann Trial, 1979, p. 152. Felix Kersten was de persoonlijke manueel therapeut van Himmler. Hij schreef in zijn memoires (Kersten, The Kersten Memoirs, 1956, p. 162-3): Vandaag had ik een heel lang gesprek over de Joden met Himmler. Ik zei dat de wereld de uitroeing van de Joden niet langer zou tolereren; het was hoog tijd dat hij er een eind aan maakte. Himmler zei hij daartoe niet bij machte was: hij was niet de Führer en Adolf Hitler had dit uitdrukkelijk bevolen. Ik vroeg hem of hij zich realiseerde dat de geschiedenis hem ooit zou aanwijzen als een van de grootste moordenaars ter wereld, vanwege de manier waarop hij de Joden had uitgeroeid. Himmler antwoordde dat hij niets verkeerds had gedaan en alleen de bevelen van Adolf Hitler had opgevolgd. Op 28 november 1941 had Hitler een ontmoeting met de Mufti, Haj Amin Husseini. Dr. Paul Otto Schmidt maakte notulen van de bespreking (zie Fleming, Hitler and the Final Solution, 1984, pp. 101-104). Tijdens deze bespreking beloofde Hitler de Mufti dat, nadat een bepaald doel was bereikt, “Duitsland enig overgebleven doel in de regio beperkt zou zijn tot de totale vernietiging van de Joden die onder Brits protectoraat in Arabische landen woonden.” Vergeet ook Hitlers publieke redevoeringen niet, die zijn aangehaald in het antwoord op vraag 1. Hij verklaarden niet minder dan driemaal in het publiek dat hij voornemens was de Joden uit te roeien. En dat noemt het IHR “geen bewijs”. In de oorspronkelijke versie van de '66 Q&A' was deze vraag overigens hetzelfde als vraag 53, in andere bewoordingen: “Is er enig bewijs dat Hitler wist van de massavernietiging van Joden? (vraag 26, origineel); Dat geeft een idee over de hoeveelheid zorgvuldig nadenken die er in dit pamflet is gestoken. Aanbevolen lectuur: Fleming, Hitler and the Final Solution. |










