| 40. Joodse overlevenden van de “vernietigingskampen” zeggen te hebben gezien hoe lichamen in kuilen werden gestapeld en verbrand. Hoeveel benzine zou daarvoor nodig zijn geweest? |
|
Het IHR zegt: Veel meer dan de Duitsers konden krijgen, aangezien er toen een groot gebrek aan brandstof was. Nizkor antwoordt: “Konden krijgen”? Het kamp Auschwitz III, Monowitz, was een industrieel werkkamp waar brandstof werd geproduceerd! Het IHR geeft dit zelfs toe in hun herziene versie van vraag 6. Is er een betere manier om brandstof te “krijgen”? Hoe dan ook is dit een misleidende vraag: er was geen energierijke en geraffineerde brandstof als benzine nodig. In plaats daarvan werden er goedkope brandbare stoffen gebruikt zoals motorolie en methanol, die in relatief grote hoeveelheden beschikbaar waren. Höss beschrijft het openlucht verbrandingsproces in Treblinka (Bezwinska en Czech, KL Auschwitz Seen By The SS, 1984, p. 133): [Na een vergassing in Treblinka] werden de gaskamers geopend en werden de lichamen eruit gehaald, ontkleed en verbrand op een rooster gemaakt van treinrails. Hij beschrijft ook het proces in zijn eigen kamp, Auschwitz (Kogon et al., Nazi Mass Murder, 1993, pp. 168-169): In de zomer van 1942 werden de lichamen nog steeds naar massagraven gedragen. Pas tegen het einde van de zomer kwam crematie in gebruik – eerst door een houtvuur met ongeveer tweeduizend lijken, en later in de greppels, met de lijken die daar eerder begraven en vervolgens opgegraven waren. Ze werden begoten met gebruikte motorolie, later met methanol. Het was geen grote opoffering voor de nazis om een beetje gebruikte motorolie op te geven. |










