Bladwijzer en Print

  Bladwijzer deze Site
  Bladwijzer deze Pagina
  Print deze Pagina
  Deel deze pagina
Antwoord op 66 vragen van Sjoa-ontkenners
48. Tonen geallieerde foto’s van Auschwitz in oorlogstijd (toen de “gaskamers” en crematoria in vol gebruik zouden zijn geweeest) gaskamers?

Het IHR zegt:
Nee. Deze foto’s laten geen spoor van de enorme hoeveelheden rook zien die zogenaamd voortdurend boven het kamp hingen. Zij tonen ook de “open kuilen” niet waarin lichamen verbrand zouden zijn.

Nizkor antwoordt:

Ten eerste waren er heel weinig vluchten boven Auschwitz. Eind 1943 en begin 1944 begonnen de geallieerden brandstoffabrieken te bombarderen, inclusief de kleine tot middelgrote petrochemische fabriek in Auschwitz III. Auschwitz III, ofwel Monowitz, was een bijkamp op ongeveer vier kilometer afstand  van de gaskamers in Auschwitz II, ofwel Birkenau.

Het bereik van geallieerde bommenwerpers en hun escorte van jachtvliegtuigen was tot april 1944 te klein om Monowitz te bereiken  (zie Gilbert, Auschwitz and the Allies, 1981, p. 191).   Bij fotoverkenningen van het gebied op 4 april werden per ongeluk ook twintig foto’s genomen van Birkenau, waaronder drie van Auschwitz-Birkenau. Daarna waren er nog maar vier vluchten boven de crematoria voordat die werden gesloopt: op 31 mei, 26 juni, 25 augustus en 13 september 1944. In totaal zijn er bijzonder weinig foto’s genomen van Birkenau, waarvan sommige niet gedetailleerd genoeg zijn om van waarde te zijn.

Of op die foto’s toevallig vergassingsoperaties zijn vastgelegd was een kwestie van toeval. Een foto, genomen op 25 augustus, toont een rij van ongeveer honderd mensen die van de trein in de richting van Krema II en III lopen. Het hek van Krema II staat voor ze open. Willen de ontkenners beweren dat zij een rondleiding kregen door het “lijkenhuis”?

Dezelfde foto toont de gaskamers, inclusief heel duidelijke ventilatiegaten in het dak die werden gebruikt om Zyklon-B door te gooien. Hoe verklaren de ontkenners die? En vergeet niet dat een lijkenhuis niet kan worden gedesinfecteerd met Zyklon-B, omdat dat gif geen effect heeft op bacteria (zie Gilbert, op. cit., foto 28, tussen pp. 192-193.)

En die ventilatiegaten zijn zichtbaar op de gaskamers van Krema II en III, maar niet op de ontkledingsruimtes. Hoe verklaren de ontkenners dat verschil, aangezien zij zeggen dat zowel de gakamer als de ontkledingsruimtes lijkenkamers waren? Waarom wel ventilatiegaten op het ene en niet op het andere dak, en is het toeval dat de kamer met de gaten sinds de jaren 1940 wordt aangeduid als de gaskamer? Deze foto’s zijn pas in de jaren 1970 vrijgegeven.

Een andere foto toont een kuil die achter Krema III is gegraven, precies waar ooggetuigen de kuilverbrandingen hadden gesitueerd in getuigenverklaringen die jaren daarvoor werden afgelegd. De foto’s waren tot de jaren 1970 geheim, dus het feit dat zij kloppen met de getuigenverklaringen is een sterke ondersteuning van die getuigenissen. De laatste zin van het IHR-antwoord is hoe dan ook een gewone leugen.

Holocaust-ontkenners geven dit overigens toe, dus daar spreken ze zichzelf alweer tegen. De ‘revisionist’ Carlo Mattogno schrijft in een antwoord aan Pressac dat:

Luchtverkenningsfoto’s tonen aan dat er een crematie plaatsvindt in een van de drie kuilen van 3,5 bij 15 meter op de binnenplaats van Crematorium V.

Alweer kloppen hun verhalen niet. Overigens is het mogelijk dat er op de foto’s geen rook uit de crematoria komt. Wij zijn die kwestie aan het onderzoeken. Maar als dit zo is, betekent dat alleen dat op die bepaalde dagen geen lijkverbrandingen plaatsvonden. Er zijn maar op vijf dagen foto’s gemaakt van Auschwitz-Birkenau in het hele jaar 1944 en om sommige daarvan staan de crematoria niet, dus dit bewijst niets.

En wat de foto’s wel laten zien is buitengewoon schadelijk voor de stelling die de Holocaust-ontkenners innemen – dus, uiteraard, daar liegen zij over.