Bladwijzer en Print

  Bladwijzer deze Site
  Bladwijzer deze Pagina
  Print deze Pagina
  Deel deze pagina
Antwoord op 66 vragen van Sjoa-ontkenners
19. Als Auschwitz geen vernietigingskamp was, waarom bekende de commandant, Rudolf Höss dan dat het dat wel was?

Het IHR zegt (eerste versie):
Hij werd gemarteld door Joodse ondervragers in Brits uniform, zoals een van hen daarna heeft bekend.
Het IHR zegt (herzien)
Hij werd gemarteld door Britse militaire politie, zoals een van zijn ondervragers later heeft bekend.
De allereerste (Samisdat)versie zegt:
Er werden oeroude methoden gebruikt om hem aan degenen die hem gevangen hielden te laten vertellen wat zij wilden horen.

Nizkor antwoordt:

Wacht eens even! Dat verhaal wordt met elke herziening vager.
Wat heeft die martelende ondervrager nu precies bekend? Eerst stelde het IHR dat de ondervragers Joodse agenten waren die (namaak)Britse uniformen droegen. Als een van die ondervragers dat zoals beweerd zou hebben bekend, waarom veranderde het IHR dat dan en maakte het van deze Joodse namaak-agenten echte Britse militaire politie?

Het echte antwoord is dat deze bewering over “Joodse ondervragers in Britse uniformen” nergens anders in de Holocaust-ontkenners literatuur wordt genoemd. Deze bewering verschijnt alleen in de “Q&A”. Hij wordt door geen enkel bewijs ondersteund.

Met andere woorden, dit is gewoon door iemand verzonnen. Later besloot een ander dat zij die bewering maar beter stilletjes konden laten vallen. Voor hoeveel van de andere 65 Vragen-en-Antwoorden geldt hetzelfde? Dat weten we niet, omdat zij voor geen enkele ervan enig bewijs geven.

Wat betreft de bekentenis van Höss:
Wij moeten alle informatie in zijn contekst bekijken. Er zijn ontelbare andere getuigenissen die de belangrijkste feiten van Höss’ bekentenis bevestigen. Er zijn documenten buitgemaakt die heel duidelijk spreken van vergassingen en massa-executies. De lijst gaat door en door; zie de weerlegging van vraag 1 voor slechts een paar voorbeelden.
Ontkenners steunen zwaar op het verhaal dat Höss onder druk zou zijn gezet en dat hem een verhaal in de mond gelegd zou zijn. Zij hebben daarvoor echter maar twee bewijsstukken:
- een luguber boek door ene Rupert Butler, getiteld Legions of Death (Doodslegioenen). Butler vertelt dat hij zag hoe Höss werd geslagen toen hij werd gevonden. Butler zegt uiteraard niet dat de ondervragers Joodse agenten in Brits uniform zouden zijn.
En, belangrijker nog, Butlers versie van de gebeurtenissen spreekt de hypothese van de ontkenners tegen dat Höss een verhaal in de mond zou zijn gelegd. Butles boek zegt nergens dat Höss een bepaald verhaal zou zijn voorgezegd, het zegt alleen dat hij werd geslagen.
- en dan een verhaal uit de tweede hand, dat zou staan in een geheim document dat “revisionist” Robert Faurisson niet zou mogen vrijgeven. (En zelfs als het werd vrijgegeven, zou dit de eerste keer zijn dat de ontkenners de geldigheid van een verhaal uit de tweede hand accepteerden...)

(Zie voetnoot 2 van het essay van Mark Weber, getiteld “Laten we beide partijen horen” op de website van Greg Raven en “Andere visies op de Holocaust” op de site van Ernst Zündel.)

Op basis van die twee flinterdunne verhaaltjes wijzen de ontkenners Höss’ bekentenis, zijn getuigenverklaring, memoires, en alles wat hij verder nog heeft verklaard en geschreven over de vergassingen en het vernietigingsprogramma van de hand en negeren zij die. Uittreksels uit zijn getuigenverklaring  en memoires zijn beschikbaar.